Archive

Archive for July, 2010

Mentale zelfverminking

July 31, 2010 1 comment

Onlangs bracht een collega zijn nieuwe iPad mee naar het werk. Hij had hem onlangs gekregen en als twee liefhebbers van technische snufjes moesten we er toch even mee spelen. Ondanks dat je je ziel moet verkopen om ervan gebruik te kunnen maken, blijft het een wonder van vernuft en biedt het een weelde aan opties. Je zou bijna denken dat de online krant, youtube en elektronische boeken speciaal voor dit apparaat zijn ontworpen in plaats van andersom. Ook leent de iPad zich natuurlijk voor een ruim assortiment aan ‘apps’ ter ‘lering ende vermaeck’ van de medemens.  Meer vermaak dan lering, dat dan wel. Zo ook het meest hersenloze spel dat tot op heden is ontwikkeld: FarmVille.

Voor het geval dat er nog mensen bestaan die niet weten wat deze stompzinnige vorm van vermaak is, zal ik uitleggen wat deze plaag is die internet nu al geruimte tijd teistert. FarmVille is een virtuele boerderij waarmee mensen hun innerlijke agrariër naar buiten kunnen brengen. Centraal element is een manisch lachende en slaafse boer, die zich gewillig met behulp van een muisklik het hele veld over laat sturen. Ogenschijnlijk zonder moeite laat dit boertje akkers ontstaan en verdwijnen, oogst of zaait hij. Op deze manier wordt het hele veld langzaam omgetoverd tot een echte boerderij, compleet met lachende varkens, roze koeien en luchtballonnen. Wellicht dat het gebrek aan zichtbare inspanning de eeuwige debiele grijns van het poppetje verklaart.

FarmVille lijkt uitermate geschikt voor mensen die niet in staat bleken hun hond, konijn of goudvis af te richten. Het manische boertje staat immers altijd klaar om exact te doen wat er van hem gevraagd wordt. Maar de gulle lach is een sarcastische grijns. Het boertje weet drommels goed dat hij niet de echte slaaf is. Is de speler namelijk niet op exact de juiste tijd terug om de pompoenen of sojabonen te oogsten, dan wacht hem de treurige aanblik van verdorde gewassen en rottende groenten. Om dit te voorkomen onderwerpt de gebruiker zich geheel vrijwillig aan een streng regime van planten en oogsten, om zo het hoopje lachende pixels niet teleur te hoeven stellen. Al het andere moet wijken om de digitale aardappels te rooien. Vergeet dus die geweldadige invasie van robots en computers, mensen laten zich voor een virtuele beloning net zo makkelijk aansturen als laboratoriumratten voor een brokje kaas.

Verbazingwekkend is de totale en volslagen zinloosheid van het spel. De enige vooruitgang is uitbreiding van de virtuele boerderij, zodat de speler nog méér kan verbouwen. Daarvoor moeten wel de nietsvermoedende vrienden van de speler het spel ingezogen worden, wat de reden is dat Facebook geteisterd wordt door berichten over zielige koeien en andere digitale emotionele chantage die hen ertoe moeten aanzetten hun ziel ook te verkopen.

Verbijsterender nog dan afwezigheid van een doel, is het totale gebrek aan mentale uitdaging. Zelfs een blinde muur is nog intellectueel stimulerender dan FarmVille. Tijden het spelen smeken massa’s neuronen wanhopig om de geringste vorm van input. Maar tevergeefs, om hen heen verandert ‘s mens machtigste orgaan in een automaat. En nog een behoorlijk simpele ook. Er is geen enkel element dat meer vaardigheid behoeft dan een muis over een beeldscherm kunnen bewegen. De vereiste handelingen zijn zo basaal dat je een chimpansee zou kunnen leren het spel te spelen, ware het niet dat die zou weigeren dit te doen zonder een echte beloning.

Maar wat voor mij daadwerkelijk onbegrijpelijk is, is het aantal mensen dat zich met deze vorm van mentale zelfverminking inlaat. Wereldwijd spelen meer dan 60 miljoen mensen FarmVille. Als FarmVille een land was, had het net meer inwoners dan Italië. 60 miljoen die hun leven laten dicteren door een maniakaal grijnzende boer op een idyllische boerderij die zo ver van de werkelijkheid afstaat dat de ironie bijna komisch is. Bijna, want in feite is het diep bedroevend. Terwijl FarmVillagers zich liefkozend ontfermen over hun vrolijke koeien en met een gieter bewaterde wortels, doen ze zich tegoed aan genetisch gemodificeerde ondergespoten mais en bioïndustriële hormoonburgers. Zou de angstaanjagende populariteit van FarmVille verklaard kunnen worden uit een drang om de werkelijkheid te ontvluchten en in plaats van verandering beschutting in een digitale fantasie te zoeken?

Internet zou ons een nieuwe wereld brengen waarin mensen met elkaar gedachten en ideeën konden uitwisselen. Een nieuw tijdperk brak aan. Een Keniaan en een Rus zouden virtuele buren worden die door het delen van hun leven nader tot elkaar komen. Informatie ging de hele wereld over vloeien en een generatie van welgeïnformeerde wereldburgers zou opstaan. Maar in plaats daarvan geven we ons over aan een vorm van geestelijke geweldpleging die bijna crimineel te noemen is en gebruiken we onze virtuele buren slechts om onze digitale boerderij te vergroten. Voor de FarmVille-minners onder u heb ik dan ook een tip. Kijk hier eens. Maar kijk uit, je zou er maar zo iets van kunnen opsteken.

Categories: Uncategorized

Hoeveel kost een betere wereld?

July 29, 2010 1 comment

Er zijn dingen die ik niet begrijp. Sommige zaken zijn voor mij gewoon te moeilijk. Quantumgravitatie bijvoorbeeld, of de aard van alle exotische financiële instrumenten die een paar ingewijden op Wall Street de laatste jaren hebben bedacht. Maar er zijn ook dingen die ik niet begrijp, juist omdat ze zo makkelijk lijken. Ik zeg bewust lijken, want blijkbaar is er een verschil tussen wat in mijn hoofd heel simpel zou moeten zijn en de werkelijkheid.

Neem bijvoorbeeld de kledingindustrie. Zoals we allemaal weten wordt een groot deel van onze kledij in Zuidoost-Azië in fabriekshallen in elkaar gezet onder omstandigheden die wij sinds de hoogtijdagen van de Industriële Revolutie niet meer van dichtbij gezien hebben. Op deze manier hebben wij in het Westen een weelde aan goedkope (merk)kleding; van T-shirts voor 3 Euro bij de Zeeman tot dure Diesels, Levi’s en Nikes bij de betere boetiek. Deze kleren worden in elkaar gezet in onder andere Vietnam, China en Bangladesh. In dat laatste land is dit echter misschien niet lang meer het geval.

Wat is er aan de hand? Arbeiders in Bangladesh hebben na lang protesteren eindelijk een verhoging van het minimumloon tot stand weten te brengen. Hoewel het land geteisterd wordt door inflatiecijfers van boven de 10 procent, was het minimumloon sinds 2006 niet meer bijgesteld. Nu is het echter bijna verdubbeld, van 1.662,50 taka naar 3.000 taka per maand. 3.000 taka is ongeveer US$ 43. Met wat ruw rekenwerk* komt dit uit op een loon van $0.17 per uur. Sommige van deze arbeiders moeten in deze tijdsspanne tien paar spijkerbroeken aan elkaar naaien, wat neerkomt op slechts 1.7 dollarcent per paar. Deze broeken liggen liggen in de winkel bij H&M, Wal-Mart en Marks & Spencer voor bedragen die net beginnen bij $10.

En wat wil nu het geval? De grote spelers van de kledingindustrie weten niet of ze dit wel ‘kunnen’ betalen. Direct na de verhoging gaf de vereniging van fabriekseigenaren al aan te vrezen voor sluitingen. De grote afnemers zouden hun productie nu immers zomaar naar Vietnam of Laos kunnen verplaatsen. Voor deze verklaring hadden dezelfde fabriekseigenaren ook al bedongen dat het loon niet naar 5.000 taka zou stijgen, zoals de vakbonden gevraagd hadden, omdat dit de industrie nog meer in ‘gevaar’ zou brengen.

Hier komen we dan tenslotte aan op het punt waar ik het niet langer begrijp. Eerder verdienden naaisters in Bangladesh niet genoeg om van te kunnen eten en leven. Met een stijging van 8 dollarcent op een broek van 10 dollar kunnen ze vervolgens net rondkomen. Deze loonsverhoging komt echter pas na sociale onrust, en ondanks druk van fabrikanten en Westerse winkelketens, tot stand. Intussen verdiende Bangladesh afgelopen jaar 1.72 miljard dollar aan de export van kleding. Dat komt neer op ongeveer $47 per maand per werknemer, op een moment dat deze slechts $24 per maand verdiende. Het restant blijft dus kleven aan de handen van de fabriekseigenaren en tussenpersonen die nu met zoveel misbaar aankondigen dat H&M cum suis als gevolg hiervan het land links zullen laten liggen.

Hoezeer ik het ook probeer, ik kan dit niet begrijpen. Als we hier elk kledingstuk al maar een halve dollar duurder maken en dit geld direct laten toekomen aan de mensen die onze kleren maken, dan kunnen we in één keer miljoenen mensen van verdrukkende armoede verlossen. Waarschijnlijk zou het meer voor elkaar brengen dan jaren ontwikkelingshulp bij elkaar. Maar in plaats daarvan schuiven we onze fabrieken de wereld over om op het niveau van enkele luttele centen op de arbeidskosten te kunnen besparen.

Nu zijn er vrije-markt adepten die volhouden dat een mager loon altijd beter is dan geen loon, en dat we daarom zeker moeten doorgaan met het kopen van goedkope spijkerbroeken. Maar dat verklaart niet waarom we deze mensen dan niet meer dan $0.17 per uur zouden kunnen betalen. Of, om de zaak nog maar eens in perspectief te plaatsen: Voor het pensioen wat je kan krijgen door de grootste olieramp in de geschiedenis van de VS te laten plaatsvinden, zou een naaister in Bangladesh met haar huidige loon vijf en een half miljoen spijkerbroeken in elkaar moeten zetten.

Zo blijf ik dus verdwaasd achter. De vragen blijven maar door mijn hoofd jagen. Hoe zijn we in deze wereld terecht gekomen? Waarom gaan we hier mee door? Hoe kunnen zestien Amerikaanse CEO’s ergens in een luxe kantoor in New York besluiten dat mensen meer dan 17 cent per uur betalen te duur is, terwijl ze op datzelfde moment een glas champagne leegdrinken dat duurder is dan het maandloon van één van hun werknemers?

Er is maar één vraag waar ik ondertussen antwoord op heb gekregen. De prijs voor een betere wereld? 50 cent per spijkerbroek…

*Uitgaande van 24 werkdagen per maand, 10 uur per werkdag.

Categories: Consumentisme

Are we not all neoliberals?

July 27, 2010 2 comments

It seems that these days one cannot read a newspaper, forum or blog without finding comments on neoliberalism and how it is be responsible for the economic crisis that is still raging around us. If we are to believe some commentators, neoliberalism is the false religion that has led us to financial armageddon and we should denounce it before it is too late. We are told of the hubris of the bankers and financiers, whose avarice led all the world to monetary doom. We despise them even more because they refuse to suffer the results of their hubris, unlike an Aggamemnon, Icarus or Achilles from ancient times. Instead it is claimed they behave like modern Pharaohs, forcing the populace to endlessly slave away in order to glorify their masters.

On these accounts, neoliberalism is the religion of modern man. Mammon is its God and Milton Friedman, Margaret Thatcher and Ronald Reagan are His prophets. Microsoft, BP, Monsanto and Coca Cola are its high-priests and Wal-Mart and Starbucks its churches. Their doctrine is unrestricted free trade and the only dogma is the sanctity of wealth. The most fervent disciples live on the exchanges of New York and London, in the palaces of Washington and Brussels. They have their Councils in Toronto, Pittsburgh and Seoul, where they are said to establish the orthodoxies that govern all mankind.

Surely, these princes of wealth must have near-mystical powers, enabling them to obfuscate their actions and subdue the people. Or have they given sacrifice to powerful Gods and Dieties that they may reign by Divine right? Perhaps they have used dark rituals and ancient rites of blood to grant themselves command over the Earth. But nay, in these modern times without mythical forces and divine interventions, these explanations do not satisfy. We would therefore suppose that a host of followers and believers, a multitude of willing servants and minions should be the only explanation for the power of this religion.

Now where, we ask, are these zealots and fanatics. Surely, the power to control the world of commerce requires hosts of loyal believers, throngs of devoted disciples. Are there not thousands, millions, if not billions of neoliberals who work tirelessly to build the ideological pyramids of their masters. Indeed, but if we want to know who they are, we need only look into a mirror.

For have we not ourselves been enchanted by this false religion? Did we not all believe the promises of wealth and luxury, an Earthly Paradise of endless choice at a bargain price? Neoliberalism certainly is an easy religion. Its only commandment is to consume. It asks no devotion, but instead offers discounts. No morals or ethics are there to restrain us, yet we are offered infinite possibilities to quench our profligacy and satiate our desires. Vice and virtue do not exist, so we gorge ourselves on Big Macs and bigger caramel machiattos, surround ourselves with electronic gadgets and goodies, drive our SUVs and watch the less fortunate of this world on our laptops and flatscreens.

When the stock markets rose, we obligingly and gladly handed over our money to the banks, lest we should be deprived of our share in the bounty. During these times of plenty, we took on debt and mortgages without even once questioning the policies of the banks we trusted. For why should we forsake a new television, iPad or designer clothing if the money was so readily available?

Legends tell of men who sold their souls for talent, power or knowledge. Yet never before did so many sell it merely for convenience. Of course, every once in a while we worried about jobs being offshored to China or India. But since this made the the Nikes, Diesel jeans and G-star shirts ever so cheap, we did not want to dwell too long on this. And so we wear clothes produced in sweatshops and factories that never see daylight. We fill ourselves with genetically-modified hormone burgers and chocolates made with slavery. At the apex of the financial boom, we entrusted our wealth to the banks that promised the highest returns on investment, the biggest interest rates, never caring to know by what magic our money was multiplied.

And now that the whole construction has come tumbling down, we decry and blame those same companies whose products we loved to buy, the bankers who we gladly gave our money. While we ask them to suffer with us, we continue to throng to Wal-Mart and Burger King, bring our money to the same banks and buy the same products that exported our manufacturing jobs to ten year old girls in Bangladesh. For it is still cheap, and it is still convenient. We have become so used to the idea that we can only consume, that instead of acting ourselves, we demand help from our governments. But they have also become weak and feeble, since we required them to back away when immense profits were to be made and endless products needed to be purchased.

Can we hold anyone responsible but ourselves? I shall not deny that companies are often involved in illicit or shady business. Yet when prices were low, did we not sometimes turn a blind eye? Did we not ourselves make the corporate giants that now frighten us so, when we en masse purchased their goods and services? No company exists but by the grace of those wishing to buy from it. We ourselves are the magic power, the lifeblood of the neoliberal religion and it will not stop as long as we do not force it to.

Capitalism has no ethics, it is essentially amoral. It provides us merely with a system that allows buyers and sellers to interact and meet each other. Can we hold such a system to account anymore than we can blame the laws of gravity when we stumble and fall? So long as we continue to think only with our purse, we should not be surprised we end up in a world we might morally detest. Even governments stand powerless in the face of millions of consumers that demand as many products for as low a price as possible. When we are willing to pay a premium price for a brand, but not for a product respects human rights and the environment, we do not merely condone the current state of affairs, but we are actually complicit. When we obediently and uncritically consume, we forfeit our right to blame the company where we make our purchase. If we demand that corporations, and thus the market, behave morally responsible, we ourselves should provide the required infusion of ethics. Every dollar, euro, ruble or rupee is essentially a vote. Our world is defined by how we choose to cast it.

Categories: Consumentisme
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 520 other followers