Archive

Archive for February, 2012

De Democratische Volksrepubliek Nederland

February 15, 2012 1 comment

Sinds Geert Wilders begon aan zijn kruistocht richting Den Haag is er veel gezegd en geschreven over het ‘nieuwe populisme’. Laatste bijdrage aan deze disussie kwam van Alexander Pechtold, die besloot dat ook hij maar eens met de vermaarde Henk en Ingrid moest gaan praten. De poging van Pechtold maakt deel uit van een bredere poging om dit populisme te bestrijden, maar tegelijkertijd blijft het wat onduidelijk wat dat populisme nou precies is. Immers, is de zoektocht van Pechtold naar Henk & Ingrid niet zelf ook populistisch?

Wat is ‘populisme’?
Populisme heeft ontegenzeggelijk iets van doen met het volk, maar wordt in het dagelijks gebruik ook geassocieerd met demagogie, fact-free politics en een onbereidwilligheid tot het sluiten van compromissen. Vanuit deze optiek heeft politiek altijd een zeker populistisch element. Immers, alle politici maken gebruik van retoriek, hebben hun ‘breekpunten’ en proberen een zoveel mogelijk kiezers te trekken. Toch is er een verschil tussen deze populistische stijl van politiek bedrijven, en een daadwerkelijk populistische visie. Een ‘academische’ visie op het populisme ziet het als: “een strijd tussen een deugdzaam en homogeen volk tegenover een verzameling elites en gevaarlijke ‘anderen’, die samen het sovereine volk zijn rechten, waarden, welvaart, identiteit en stem ontzeggen, of dat proberen”[1]. Hoewel alle politieke partijen in een democratie dus meer of minder gebruik maken van de populistische stijl, delen ze zeker niet allemaal de populistische visie. Deze visie vertaalt zich naar een radicaal andere invulling van de rol van de democratie. Populisten met deze visie willen niet alleen ander beleid, maar ook een type democratie dat ik hier de volksdemocratie zal noemen. Het voornaamste alternatief, de liberaal democratische rechtsstaat, is daarentegen gegrond in een burgermaatschappij.

Burgermaatschappij of Volksdemocratie?
De burgermaatschappij is gebaseerd op het idee dat waarden als vrijheid en gelijkheid universeel zijn, zodat daar voor ieder individueel geldende burgerrechten en -plichten aan ontleend kunnen worden. Vanwege het universele karakter van deze waarden, kan iedereen lid worden van de burgermaatschappij. Iedereen is in potentie een burger. Omdat al deze burgers er verder verschillende visies, meningen en waarden op nahouden, is er een proces nodig om hun samenzijn in goede banen te leiden. Dit proces is de democratie. De burgermaatschappij is zodoende open en pluriform, individualistisch, participatief en gericht op overleg.

Tegenover de burgermaatschappij staat de volksdemocratie. In plaats van universele individuele rechten wijst de volksdemocratie selectieve groepsrechten toe. Alleen zij die deel uitmaken van het ‘volk’, een cultureel, etnisch of symbolisch afgebakende groep, kunnen aanspraak maken op alle rechten. Niet iedereen kan deel uitmaken van de gemeenschap, zodat er een scheiding ontstaat tussen volledige burgers en zij die dat niet zijn. Omdat het volk zelf wordt gezien als een ondeelbare en soevereine eenheid heeft democratie niet de functie verschillende opvattingen te harmoniseren, maar de eenduidige volkswil tot uitdrukking te brengen. De volksdemocratie is gesloten, uniform, collectivistisch, passief en conformistisch.

De kracht van de volksdemocratie is de gemeenschappelijke identiteit, die veiligheid en verbondenheid biedt. In tegenstelling tot de individualistische burgermaatschappij, geeft de volksdemocratie het volk bestaansrecht en verankering in een bedreigende wereld. Maar hierin schuilt ook het gevaar. De groepsidentiteit is alleen veilig als deze constant wordt herbevestigd. Dit wordt gedaan door afzetten tegen ‘de ander’, wat resulteert in afweer van het externe, en intolerantie jegens het afwijkende interne. Alleen een ‘zuiver’ volk is krachtig en deugdzaam, en dus moeten on-volkse elementen geweerd of verwijderd worden. Dit leidt tot xenofobie, intolerantie en een dwingend conformisme.
Ook neigt de volksdemocratie naar autoritarisme. Omdat de volkswil één is, laat zij zich beter verwoorden door één sterke leider, dan een democratische kakofonie. Deze leider is niet slechts de vertegenwoordiger van het volk, maar de belichaming ervan. De volksdemocratie is dus vatbaar voor het ontstaan van een leiderschapscultus.

De combinatie van deze twee eigenschappen: intolerantie en autoritarisme, wordt echt gevaarlijk wanneer de werkelijkheid niet met de volkswil overeenstemt. Omdat de volkswil als onfeilbaar wordt gezien, kunnen deze afwijkingen alleen het gevolg zijn van subversieve elementen die het volk ondermijnen. Hoe groter de afwijking tussen wens en werkelijkheid, hoe sterker de paranoia en hoe harder de aanpak van alles wat anders, vreemd en onbegrepen is.

Populisme in Nederland
Kijkend naar Nederland is het overduidelijk dat de PVV uitgaat van het idee van een volksdemocratie. Het gedweep met de ‘hardwerkende echte Nederlanders’, de afwijzing van partijdemocratie, de verheerlijking van Wilders en de voortdurende strijd tegen alles wat volksvreemd is: de intelligentsia, immigranten, de islam, de elite, kustenaars en sinds kort de Oost Europeanen. Dit alles ingebed in een mythe waarin het volk het slachtoffer is geworden van verraad van binnenuit en verovering van buitenaf, en zichzelf alleen kan redden door zich te zuiveren van het onvolkse. Hierin ligt ook de associaties van Wilders met het fascisme. Natuurlijk is Wilders geen Hitler, maar net zoals andere populisten, zoals de Hongaarse Orbán, deelt hij met het fascisme de nadruk op de volksdemocratie. Een nadruk die overigens niet exclusief aan ‘rechts’ is voorbehouden.

Deze belegeringsmentaliteit maakt het ook zo moeilijk het populisme te ‘bestrijden’. Populisten zien in elke aanval immers een bevestiging van hun slachtofferrol en de vijandigheid van ‘de ander’. Vol in de aanval gaan werkt dus averechts. Dat wil niet zeggen dat feitenloze politiek en demagogie niet onderkend en weerlegd moeten worden. Maar dat kan hooguit een deel van het antwoord zijn.

Een antwoord op de Volksdemocratie
Antwoord geven op het populisme kan alleen door de burgermaatschappij als echt alternatief naar voren te brengen. Populisme verdwijnt niet zolang het verlangen naar de volksdemocratie sterk is. Het is dus belangrijk de burgermaatschappij weer aantrekkelijk te maken. In tijden van onzekerheid, angst en neergang is dat lastig, maar niet onmogelijk. Net als de volksdemocratie moet de burgermaatschappij burgers een gevoel van veiligheid en saamhorigheid verschaffen. Dit kan bijvoorbeeld door nadruk te leggen op de kernwaarden van de burgermaatschappij, zoals tolerantie, vrijheid en diversiteit, en daarmee verbondenheid te creëren. Het is ook juist daarom dat Wilders deze waarden deels heeft gecoöpteerd en de rest in diskrediet heeft gebracht. In een gemeenschap die is gebouwd op deze waarden, in plaats van een conformistische cultuur, is de populist krachteloos.

Er zijn een aantal manieren om de burgermaatschappij aantrekkelijk te maken. Hieronder zijn er drie geschetst:

1. De burgermaatschappij moet een gemeenschap van waarden creëren, in plaats van een gemeenschap van cultuur. Het is niet vreemder een groepsidentiteit op te bouwen rondom tolerantie, democratie, solidariteit en respect voor het individu, dan vanuit een voorliefde voor boerenkool en de Elfstedentocht. Het is vooral belangrijk dat politici niet populistisch tegen elkaar gaan opbieden en zo de volksgedachte meer gestalte geven. Het ‘Nederland voor de Nederlanders‘ van Rutte is dus zeker een stap in de verkeerde richting.

2. Burgers moeten volop mogelijkheden hebben in deze burgermaatschappij deel te nemen. Eén van de kenmerken van de volksdemocratie is dat deze passief is. De volkswil ligt immers bij het collectief, niet bij het individu. Burgers hoeven zich dus slechts te conformeren aan de volkswil, die gemakshalve door de leider wordt uitgedragen. Maar de ervaring leert dat de meeste burgers autonomie, zelfbeschikking en democratische invloed bijzonder waarderen. Politici moeten dus niet uit angst voor de burger afzien van democratisering en zelfbestuur. Goed ontworpen democratische processen brengen burgers bij elkaar en leren ze respect te hebben voor verschillende opvattingen. Belangrijk hierbij is dat de burger zich ‘eigenaar’ voelt van het democratisch proces en de daaruit volgende beslissingen. Het risicio op de ‘tirannie van de meerderheid’ is juist het grootst in volksraadplegingen die uitsluitend tot doel hebben de ‘volkswil’ tot uiting te brengen via een overgesimplificeerde ‘voor’ of ‘tegen’ (ons) vraagstelling.

3. De burgermaatschappij moet hoop schenken. De volksdemocratie wordt aantrekkelijk wanneer mensen zich bedreigd voelen en bang zijn voor de toekomst. Daartegenover moet de burgermaatschappij een gezamenlijk project plaatsen, een visie op een betere toekomst waar men gezamenlijk aan bouwt. Saamhorigheid ontstaat dan niet als gevolg van uitsluiting van de ander, maar door gezamenlijke inspanning en optimisme. De volksdemocratie drijft ten dele op angst, en het beste medicijn tegen angst is hoop.

Nog twee zaken moeten worden opgemerkt. Allereerst dat een oproep voor een burgermaatschappij niet hetzelfde is als het ontkennen van het bestaan van een volk. Het punt is eerder dat ‘het volk’ niet de juiste gemeenschap is om de democratie op te bouwen. Er moet geen verband zijn tussen liefde voor de Elfstedentocht en de hoeveelheid rechten die een burger heeft.

Ten tweede waarom de burgermaatschappij de voorkeur geniet boven een volksdemocratie. Ook de burgermaatschappij is immers niet perfect, en het is onmogelijk een objectieve keuze te maken. Maar in een 21e eeuwse samenleving, met een veelheid aan meningen, levensovertuigingen en culturele voorkeuren waarin individuele vrijheid veel respect geniet, past de burgermaatschappij beter dan de volksdemocratie. Zelfs voor leden van het volk bestaat in de volksdemocratie altijd het risico zich opeens buiten de groep te bevinden. In een pluriforme samenleving biedt de burgermaatschappij dus paradoxaal genoeg méér zekerheid dan de volksdemocratie. Niet omdat men deel uitmaakt van een overzichtelijke en eenduidige groep. Maar wel omdat men nooit hoeft te vrezen van de ene op de andere dag van vriend in vijand te veranderen.

[1] Vrij vertaald naar: Albertazzi, D. & McDonnell, D. in Twenty-First Century Populism: The Spectre of Western European Democracy.

Categories: Politiek Tags: , ,

Generaties, generalisaties en ander gezeur

February 6, 2012 1 comment

Soms is iets opeens mode. U weet wel: legging’s, flippo’s, bontkraagjes en Justin Bieber, allemaal waren ze opeens machtig interessant. Ook opinieland kent zulke modeverschijnselen. Zo verschenen er in de Volkskrant de afgelopen week opeens vijf stukken over ‘generaties’. Het één nog verwijtender dan het ander.

Zelf kan ik niet zoveel met generatiebegrip. Het is te ongedefinieerd en generiek om een zinvolle analyse aan vast te knopen. Dat er een demografisch iets als de babyboomers bestaat wil ik nog wel geloven. Maar voor de rest zie ik weinig heil in het definieëren van een willekeurig leeftijdscohort om daar vervolgens een leuk etiket op te plakken. In mijn geval is dat schijnbaar de iGeneratie of Generatie Einstein. Maar wat mijn generatie te maken heeft met iemand die in 1879 is geboren is me een volslagen raadsel, en zelf heb ik nog nooit een i-apparaat gehad. Nouja, vroeger hadden we een IBM thuis, maar dat telt waarschijnlijk niet.
Blijkbaar is er behoefte om de maatschappij te verdelen in overzichtelijke groepen, en ‘generaties’ voelen vast prettiger dan zoiets naars en ouderwets als een klassenmaatschappij.

Enfin, deze twijfels over het generatiebegrip worden duidelijk niet gedeeld door het bataljon van briefschrijvers. Inmiddels is er een hele strijd losgebarsten of ‘mijn’ generatie te narcistisch is om revolutionair te zijn, of dat het eigenlijk allemaal toch de schuld is van ‘de babyboomers‘. En dan zijn er ook nog mensen die tussen die twee generaties inzitten, en zich nu een beetje voelen als het laffe slablaadje in een goedkope hamburger. De gemene deler is dat er iets mis is met het land, maar dat niemand zin heeft daar iets aan te doen, en dat dat heel erg is. En omdat het aanwijzen van een schuldige veel makkelijker is dan een oplossing bedenken, regent het dus verwijten over en weer. Jongeren zijn te narcistisch, hun ouders waren te hedonistisch, de rest van de familie is inmiddels fatalistisch en de babyboomers waren fascistisch. De score: Verwijten 5 – Oplossing 0. Tot zover het constructieve debat.

Dus doe ik zelf ook een duit in het zakje: Er komt geen revolutie. Dat heeft niets te maken met generatiekloven. We zijn in dit land gewoon zo welvarend, dat revolutie meer kapot maakt dan je lief is. Bovendien heb je voor een revolutie een grote groep mensen en een Idee nodig. Maar in deze postmoderne tijd van individualisme vinden we groepen stom en Grote Ideeën hopeloos ouderwets. We hebben immers de markt, die ervoor zorgt dat als we allemaal braaf onze iPods, kiloknallers en geraniums kopen, alles vanzelf in orde komt. Waar heb je nog idealisme voor nodig als je de wereld kan helpen door lekker uit winkelen te gaan?

En zelfs de idealist uithangen lijkt weinig zin te hebben. Je kan stoppen met vlees eten, maar daarmee verdwijnt de bioïndustrie niet zomaar. En door zelf op de fiets te stappen haal je de CO2-uitstoot van Nederland nou ook niet direct met tonnen naar beneden. Allemaal hebben we last van het Calimero-effect: de problemen zijn groot, en wij zijn klein. In een tijd van mondiale problemen geldt dat voor iedereen, of je nou puber of pensionado bent.

Laten we dus ophouden met zeveren over welke generatie wat heeft misdaan, en gewoon de problemen aan te pakken. Kies een probleem wat je belangrijk vindt, bedenk hoe je iets kan bijdragen en ga dat doen. Verwacht niet dat je gelijk de wereld kan redden, maar lever naar vermogen een bijdrage. Dat gaat als Nederlander nog altijd een stuk makkelijker dan als, pak hem beet, Somaliër. Toegegeven, daarvoor moeten we misschien wel wat ‘ouderwetse’ begrippen uit de kast trekken, zoals ‘solidariteit’ of, hemeltjelief ‘samenleven’. En misschien moeten we zelfs wel toegeven dat de markt niet zaligmakend is en onze problemen dus niet op magische wijze zichzelf zullen oplossen. En wie weet, als we dan beginnen met met elkaar te praten in plaats van over elkaar, kunnen we nog iets van de ander leren. En kunnen we samen werken aan een beter Nederland voor, jawel, volgende generaties.

Categories: Uncategorized

Zesjescultuur? Nee joh, dat is gewoon efficiëntie

February 1, 2012 1 comment

We konden er natuurlijk op wachten. Zodra leraren hun onvrede uiten over het rampzalige onderwijsbeleid, is er altijd wel iemand bereid om de schuld volledig in de schoenen van de docenten zelf te schuiven. En namens de VVD is dat ditmaal Ton Elias. Want daar komt het nogal langdradige verhaal van Elias in de Volkskrant eigenlijk wel op neer: docenten zijn incompetent en tegendraads en daarom is het onderwijs een puinhoop. Oh, en alle studenten zijn ook lui, maar dat terzijde.

Immers, nadat Elias het onderwijzerschap even plichtmatig een prachtberoep heeft genoemd en nog even goed aanzet dat hij toch echt het beste voor heeft met de docenten, ratelt hij de hele batterij welbekende en afgezaagde dooddoeners over het onderwijs even af: Er is een zesjescultuur, docenten zijn niet goed genoeg, studenten zijn lui, het niveau is te laag en eigenlijk wil iedereen alleen maar gratis geld. Maar gelukkig komt de VVD “dingen veranderen in Nederland die dringend aan verandering toe zijn, óók in het onderwijs”. Wellicht heeft Elias het rapport Dijsselbloem gemist, waaruit bleek dat de politiek de afgelopen jaren in het onderwijs al genoeg kapotveranderd heeft.

De ironie wil namelijk dat als er één partij medeverantwoordelijk is voor de problemen in het onderwijs, het wel de VVD van Elias zelf is. Niet eens uitsluitend door betrokkenheid bij de tsunami aan onderwijshervormingen van de afgelopen jaren: Studiehuis, Tweede Fase, het Nieuwe Leren, het ‘net iets nieuwere leren’ en nu de roep om voor terugkeer naar het ‘ouderwetse leren’. Geen wonder dat menig docent inmiddels de draad enigszins kwijt is. Om nog maar niet te spreken over de neiging van de politiek om elk probleem in de samenleving aan te pakken met één of ander afkortingsvak: ANW, CKV, KCV en wat dies meer zij. Inderdaad, als je de morele en culturele leegte van de liberale maatschappij moet gaan compenseren via het onderwijs, blijft er weinig tijd over voor rekenen en taal.

Het is welhaast lachwekkend dat de partij met de morele diepgang van de Hedwigepolder nu het docentenkorps de les leest over morele voorbeeldfuncties en de zesjescultuur. Op elk ander vlak prijst de VVD het behalen van het minimaal noodzakelijke resultaat met minimale inspanning als ‘efficiëntie’. Meer doen dan is vastgelegd in een ‘Service Level Agreement’ levert immers alleen maar extra kosten op. Maar als men in het onderwijs op die manier te werk gaat, spreekt Elias opeens misprijzend van ‘zesjescultuur’. En dat terwijl zijn collage Zijlstra met zijn mantra ‘investeer in jezelf’ nieuwe generaties afgestudeerden aanleert dat niet kennis, nieuwsgierigheid of idealisme relevant is bij de studiekeuze, maar slechts het toekomstig inkomen. Eigenlijk zegt de VVD tegen leraren dat het hun eigen stomme schuld is dat ze voor het algemeen belang een onderbetaalde en ondergewaardeerde baan hebben gekozen. Dan hadden ze maar bankier of advocaat moeten worden.

Het is leuk hoor, roepen dat het allemaal beter, uitdagender, veeleisender en effectiever moet. Maar beweren dat alles beter zou zijn als die rebelse leraren zich maar beter zouden gedragen, is vooral erg makkelijk en goedkoop. Zeker van een Kamerlid wiens partij het onderwijssysteem zo aan het, jawel, veranderen is, dat het vooral kariger, makkelijker, laagdrempeliger en goedkoper moet. Toch heeft Elias gelijk dat er een mentaliteitsverandering nodig is voor een beter onderwijs. Ons onderwijs zou er namelijk een stuk beter voorstaan als het niet meer de speelbal was van politieke spelletjes en zelfingenomen Kamerleden. Een volksvertegenwoordiger die zorgen uit het werkveld afdoet als “de eerste de beste schreeuwpartij” komt immers zelf uit het stenen tijdperk.

Dit stuk verscheen eerder op Vrij-Zinnig.nl

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 520 other followers