Kernfusiedebat GroenLinks behoeft kritische blik, geen retoriek
Onlangs verscheen er op de website van GroenLinks een artikel over het Europese kernfusieproject ITER. Gezien de GroenLinkse afkeer van kernenergie verbaasde het me niet dat het geen lofzang was. En ik zal de eerste zijn om toe te geven dat ik vanwege mijn fysische achtergrond enigszins een zwak voor het project heb, omdat alleen al de benodigde natuurkunde en techniek machtig interessant zijn. Met dit stuk wil ik echter geen inhoudelijke discussie over kernfusie beginnen, maar eerder uitdrukking geven aan mijn teleurstelling en onvrede met de manier waarop de Europese fractie het debat over kernfusie voert.
Laat ik vooropstellen dat ik er belang aan hecht dat Europese projecten, net als andere grote investeringen, regelmatig kritisch bekeken worden om ze op hun merites te beoordelen. Maar dat is nou juist wat het stuk van de Europese fractie niet doet. In plaats van inhoudelijke argumenten staat het stuk bol van drogredeneringen en slimme argumentatietechnieken. Qua retoriek is het wellicht een kunststuk, maar het heeft zeker niet het genuanceerde en inhoudelijke niveau dat ik van GroenLinks verwacht en gewend ben.
Het begint al bij de titel, die rept over een ‘miljardensubsidie voor fopzon’. De toon is gelijk gezet en voordat er ook maar een argument voorbij is gekomen, is het experiment veroordeeld. De term ‘miljardensubsidie’ heeft een onverholen associatie met de graaiende bankiers en vieze industrie, terwijl ‘fopzon’ er geen twijfel over laat bestaan dat ITER uiteindelijk één grote grap is. In de inleiding wordt deze voorzet nog even netjes ingekopt, door de uitgaven aan ITER in één zin te noemen met de financiële crisis om het vervolgens af te maken met de momenteel beladen verwijzing naar ‘belastinggeld’. De boodschap is duidelijk: ITER valt in dezelfde categorie als de ING en Griekenland.
De rest van het stuk gaat op dezelfde voet verder. “Monstersubsidie ten koste van groene energie” lezen we in vette letters in een tussenkop. Pas later lezen we dat dit een slechts een ‘zorg’ is van Europarlementariër Eickhout. Natuurlijk kan men elke euro slechts eenmaal uitgeven, maar hier wordt zonder aanleiding de schijn gewekt dat elke euro in ITER een euro minder in een windmolen is. Deze aanname is van een vergelijkbare simpliciteit als het argument van Bolkestein dat investeringen in de cultuursector alleen maar van het budget voor ontwikkelingssamenwerking af kunnen. Faliekante onzin dus, je kan best zowel investeren in kernfusieonderzoek als hernieuwbare energie. Desondanks wordt de tegenstelling nog even extra scherp aangezet door kernfusie onverkort met conventionele kernenergie op één hoop te gooien. Het gelijkstellen van kernfusie en kernsplitsing is echter net zoiets als beweren dat een bromfiets en racefiets hetzelfde zijn, omdat ze beiden twee wielen en het woord “fiets” gemeen hebben.
Een tweede “argument” is dat kernfusie pas in 2080 commercieel zou zijn, en dat we daar niet op kunnen wachten. Hier ben ik het in de kern met Eickhout eens dat we op korte termijn een stevige overstap van fossiel naar duurzaam moeten maken. Maar van een partij die pronkt met de slogan “Zin in de Toekomst” had ik niet verwacht dat ze dan dus maar van de lange termijn zou afzien. Tenslotte is het nou eenmaal een eigenschap van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek dat het resultaat nooit direct commercieel rendabel is. Dat geldt voor kernfusie, maar ook voor onderzoek naar nieuwe medicijnen, ruimtevaart of nanotechnologie. Volgens de logica die Europese fractie hier hanteert, is investeren in een medicijn tegen Alzheimer of AIDS dus ook niet de moeite waard als het niet over een jaar in de apotheek ligt.
Maar wat mij wellicht nog het meeste stoort, is dat Eickhout de argumenten aandraagt die jarenlang door de fossiele lobby tegen duurzame energie zijn aangedragen en altijd door GroenLinks zijn weerlegd. Ook voor zonnecellen, windmolens en biogas zijn immense onderzoeksgelden beschikbaar gemaakt en veel van deze technologieën worden nog steeds ondersteund. Sommige hernieuwbare bronnen, zoals getijden- en golfenergie verkeren zelfs in een nog embryonaler stadium dan kernfusie. Toch is het terechte argument van GroenLinks hier altijd geweest dat subsidies nodig waren om te ontsnappen aan eindige en fossiele brandstoffen. Om nu een andere mogelijke schier onuitputtelijke bron van energie met gelijke argumenten om zeep te helpen, is op zijn minst enigszins dubbel.
Hiermee wil ik geenszins een oordeel vellen over het ITER project zelf. Ik zal niet ontkennen dat de kosten groot zijn, maar de eventuele voordelen zijn dat ook. De zon in een doos stoppen is inderdaad moeilijker dan de stralen hier op aarde opvangen, maar de resulterende energieopwekking is dan ook bijna onnoemlijk veel groter. Natuurlijk kan het zo zijn dat na een kritische en weloverwogen discussie GroenLinks besluit dat het de investering niet waard is, omdat men het risico op een tegenvallend resultaat niet wil lopen. Maar de manier waarop de fractie nu met het onderwerp omgaat, staat nog ver van een dergelijke discussie af.

Recent Comments