Archive

Archive for the ‘Polemiek’ Category

Over oude verhalen, de dingen die voorbij gaan

April 18, 2012 1 comment

Onder voorstanders van het ‘radicale midden’ lijkt het tegenwoordig mode om de overbodigheid van de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ te verkondigen. Volgens deze centrumradicalen, die zichzelf graag als progressief bestempelen en veelal bij D66, GroenLinks en zelfs het CDA te vinden zijn, zijn ‘socialisme’ en ‘liberalisme’ hopeloze anachronismen uit een lang vervlogen tijdperk, die zo snel mogelijk vergeten moeten worden. En men mag aannemen dat ‘progressivisme’ de plaats van deze oude ideologieën mag innemen als Lichtend Baken der Vooruitgang. De meest recente uitspraak in deze richting die mij onder ogen kwam was van Jesse Klaver. Klaver stelt dat met het afschaffen van kinderarbeid en de invoering van de veertigurige werkweek de doelen van het liberalisme en socialisme respectievelijk toch wel behaald zijn. Wat hem betreft is de strijd gestreden en kan men deze vaandels rustig in het museum bijzetten.

Natuurlijk staat het deze progressieven vrij hun eigen stroming tot het centrum van de 21e eeuw uit te roepen, dat is immers gewoon politiek bedrijven. Maar hoewel ik mijzelf graag als progressief beschouw, kan ik het toch niet met deze analyse van ons politieke tijdsgewricht eens zijn. Het doodverklaren van de oude tegenstelling tussen links en rechts en deze gemakshalve vervangen door een progressief-conservatief schema acht ik kortzichtig, manipulatief en zelfs enigszins gevaarlijk.

Want laten we eerlijk zijn. Het is op zijn minst komisch dat een Klaver het socialisme passé verklaart terwijl nota bene de Socialistische Partij in de peilingen viermaal zoveel zetels boekt als Klaver’s eigen GroenLinks. De politieke strijd in dit land lijkt momenteel toch vooral te gaan tussen de erfgenamen van het liberalisme en de rechtspopulisten enerzijds, en de socialisten en sociaaldemocraten anderzijds.
Dat deze tegenstelling nog steeds actueel is, en dat waarschijnlijk ook blijft, komt doordat zij een fundamenteel en onoplosbaar politiek probleem beschrijft: namelijk of een samenleving streeft naar meer vrijheid, of meer gelijkheid. Grofweg kan men zeggen dat ideaaltypisch ‘links’ staat voor wat meer gelijkheid en het dienen van het individuele belang via het publieke belang, terwijl ‘rechts’ streeft naar meer vrijheid en het laten ontstaan van het algemene belang uit het volgen van individuele belangen. Natuurlijk kennen links en rechts ook schakeringen en gradaties, maar het onderliggende meningsverschil poetst men niet zomaar weg door het sausje ‘progressief’ erover te gieten. In een tijd met voldoende welvaart om beide kanten tevreden te stellen is de dichotomie wellicht minder uitgesproken, maar dat wil niet zeggen dat dit eeuwenoude politieke probleem dus ook is opgelost.

Daarnaast zou het de centrumradicalen sieren als ze openlijk toegaven welk politiek spel hier gespeeld wordt. Het vervangen van de tegenstelling links-rechts door conservatief-progressief is simpelweg een poging het gedachtegoed van de traditionele partijen te marginaliseren en een nieuwe tegenstelling te scheppen waarbij de conservatieve politieke tegenstanders de associatie aankleeft achterhaald, ouderwets en behoudzuchtig te zijn. Dit is gewoon politiek bedrijven, en daar is niets mis mee. De tegenstelling links-rechts is nou ook weer niet heilig. Maar laten we vooral niet doen alsof we met de tegenstelling conservatief-progressief de nieuwe objectieve waarheid gevonden hebben. De tegenstelling conservatief-progressief is niet belangrijker dan de tegenstelling links-rechts -ook niet minder overigens-, maar men maakt hem hooguit belangrijker. Laten we dus niet verhullen welk politiek doel de promotie van het progressief-conservatieve schema moet dienen.

Echter, mijn voornaamste kritiek op de centrumradicalen is dat ik hun verheerlijking van het centrum gevaarlijk vind. ‘Links’ en ‘rechts’ zijn tenminste nog duidelijke politieke standpuntbepalingen. ‘Progressief’ is daarentegen een leeg begrip, dat naar believen aan een politieke agenda gekoppeld kan worden. Historisch gezien zijn begrippen als ‘progressief’, ‘emancipatie’ en ‘hervormen’ door verschillende politieke stromingen geclaimd, zowel op links als rechts. Maar het huidige gebruik lijkt er vooral op gericht de politieke achtergrond van de voorgestelde programma’s te verhullen. De associatie van progressief met een narratief van ‘noodzakelijke’ en ‘apolitieke’ hervormingen is een poging een politiek programma tegen politieke kritiek te beveiligen door haar als technocratisch en onontkoombaar voor te stellen. En dat is gevaarlijk. Niet alleen omdat het burgers die zich geknot voelen in het uiten van kritiek vatbaarder maakt voor populistische uitdagers van het progressieve verhaal. Maar vooral omdat politieke kritiek en tegenkritiek van levensbelang is voor een democratie. Zogenaamd apolitiek progressivisme is daarentegen een stap richting de administratieve staat die politieke vraagstukken smoort in technocratische verhandelingen en democratisch debat grotendeels overbodig verklaart. En dat is gevaarlijk, want de zogenaamd neutrale administratiestaat is een dankbaar instrument om een dominante ideologie boven politieke kritiek te verheffen en de democratie tot een marginaal tijdverdrijf te maken.

Dit stuk verscheen eerder op Vrij-Zinnig.nl.

Liberalisering van de post een groot succes

March 23, 2012 Leave a comment

ImageHoewel het nieuws de afgelopen dagen toch vooral wordt beheerst door het schisma binnen een Partij die minder vrijheid heeft voor afwijkende opvattingen dan haar naam doet vermoeden, was het toch een andere kop die mijn aandacht trok, en wel het bericht waarin staatssecretaris Bleker verkondigde dat de liberalisering van de post ‘absoluut geen succes‘ was. Omdat ik vanwege mijn verblijf in het buitenland de afgelopen tijd nauwelijks in aanraking ben geweest met het Nederlandse postbedrijf, verontrustte deze uitspraak mij enigszins. Werden er inmiddels geen brieven meer bezorgd? Of bleek nu opeens dat PostNL al die jaren heimelijk gewoon het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie was gebleven? In dat geval zou de zo gewenste liberalisering inderdaad jammerlijk gefaald zijn.

Gelukkig werd ik al vrij snel tijdens het lezen van het stuk gerustgesteld. De toestand was lang niet zo rampzalig als de kop deed vermoeden. De steen des aanstoots voor dhr. Bleker was niet zozeer de staat van de Nederlandse posterijen, maar de hoogte van het honorarium dat de bestuurders van PostNL opstrijken. Hetgeen mij tot de conclusie heeft geleid dat het probleem niet zozeer de liberalisering der posterijen zelf is, maar eerder dat Bleker niet lijkt te begrijpen wat dat in zou moeten houden.  Natuurlijk is het standpunt van Bleker zeker begrijpelijk. De staatssecretaris stamt immers uit een rechtgeaard protestants gezin, waarvan de kostwinner nota bene postbode was. En hoewel protestanten rijkdom beschouwen als de verdiende vruchten van een krachtig arbeidsethos, is het natuurlijk wel een doodzonde er vervolgens opzichtig mee te pronken. Om in de joods-christelijke sfeer van dit kabinet te blijven, kent Bleker zeker de uitspraak uit Mattheüs 19:24 dat het makkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijkaard om het Koninkrijk Gods binnen te treden.

Maar hoewel ik de afkering van Blekers over de exorbitante zelfverrijking van de postbestuurders over de ruggen van de postbodes zeker deel, moet ik wat betreft het al dan niet slagen van de liberalisering tocht tot een diametraal tegengestelde conclusie komen. Dat bestuurders zichzelf als moderne farao’s verrijken, terwijl het personeel als Hebreeërs wordt afgebeuld of zonder enige genade op straat wordt geworpen, lijkt mij bij uitstek bewijs dat de liberalisering van de postmarkt uitstekend geslaagd is. Liberalisering betekent immers dat een sector niet langer is gebonden aan wat op het moment politiek of moreel juist wordt geacht, maar zich enkel nog hoeft te bekommeren om wat de markt dicteert. Een dergelijke sector heeft zodoende hoeft zodoende geen enkele notie te nemen van de, overigens zeer terechte, geluiden van morele verontwaardiging die opklinken uit politiek en maatschappij.

De gunst van de markt kan men niet afsmeken, zij is even wispelturig als Vrouwe Fortuna. Zo bezien lijkt de verontwaardiging van Bleker dus vooral naïef. Alsof de markt haar belofte heeft gebroken door niet twintig prettig concurrerende postbedrijven met allemaal dikbetaalde postbodes te leveren. Dat mag verbazingwekkend heten, van een staatsman die bekend staat om zijn Groningse sluwheid en nuchterheid. Mijn vermoeden is dus ook dat de staatssecretaris hier een politiek uitgekookt spelletje speelt, en poogt de liberalisering te vrijwaren van maatschappelijke woede en verontwaardiging. Ook dat is vanuit politiek oogpunt bezien bijzonder begrijpelijk. Desalniettemin zou het de staatssecretaris sieren als hij zou toegeven dat het juist het grote succes van de liberalisering is dat in deze beschamende situatie heeft uitgemond. Alleen zo kan men immers uit dit geval de nodige consequenties trekken, en het maatschappelijk nut van liberalisering op waarde schatten.

Categories: Polemiek, Politiek Tags: , ,

De joods-christelijke mythe

March 20, 2012 3 comments

Onlangs ontstond er in het land enige beroering naar aanleiding van enkele uitspraken van onze beminde premier. Op een congress van de Staatkundig Gereformeerde Partij betoogde hij dat het liberalisme wortelt in joods-christelijke beginselen. Dit is zeker een wonderlijke uitspraak, maar niet vanwege de reden die het meeste stof deed opwaaien. Afgezien van enkele goedgelovige liberalen mag het tenslotte niemand meer verbazen dat Volkspartij voor Vrijheid en Democratie inmiddels zo gehecht is aan de macht, dat zij naast een buitenechtelijke verhouding met ‘s lands stoerste rancunepartij ook uitstekend weet te dwepen met de orthodox-christelijken. Tenslotte is de VVD een ongelukkig verstandshuwelijk aangegaan met het Christelijk Democratisch Appèl. Een partij die er toch om bekend staan haar christelijkheid vooral symbolisch te belijden. Bovendien spreken we hier van een premier die, om in de joods-christelijke sfeer te blijven hangen, zelfs zijn liberale broeders nog verloochent. Het betreft hier dus geen gebeurtenis van het kaliber brandende braambossen of scheidende zeeën. Historisch gezien hebben de liberalen immers vaker allianties met de religieuzen gesloten om de verafschuwde socialisten toch maar buiten de deur te houden. Daarom zullen de salonseculieren van de VVD zich ook nu niet de macht om Nederland in het kapitalistisch paradijs te veranderen, laten ontglippen door aanstoot te nemen aan wat religieuze parafernalia.

Veel interessanter is hier de uitvinding van een gezamenlijke joods-christelijke cultuur, met navenante beginselen. Dit nieuwe cultuurbesef werd ook al uitgeroepen in het partijprogramma van de concubine van dit kabinet, maar het wekt verbazing dat ook verstandige mensen hierin meegaan. Historisch kan men hooguit spreken van een joods-christelijke verhouding. Een verhouding die overigens, om het voorzichtig uit te drukken, enkele eeuwen nogal problematisch was. Dat sommige liberalen wellicht joods of christelijk waren, doet natuurlijk niet ter zake. Men beweert immers ook niet dat de natuurkunde wortelt in het christendom omdat Galileo katholiek was.

Het idee dat joden en christenen één cultuur vormen, zou voor de christenen van nog geen eeuw geleden, zelfs de liberale, bespottelijk zijn geweest. We mogen niet vergeten dat het Vaticaan er pas in 1965 toe is gekomen de joden te vrijwaren van de schuld voor de dood van Christus. Het ‘Jodenvraagstuk‘ was een probleem waar men zich tot halverwege vorige eeuw in geheel Europa mee bezig hield. Een vraagstuk dat overigens maar al te vaak werd opgelost met pogroms, getto’s, Inquisities en andere uitingen van gemeenschapszin. Maargoed, een land waarin de nationale verzetsmythe de Holocaust het liefst ziet als iets dat geheel en al aan de verwrongen geesten van een cabal Duitse nazi’s is ontsprongen, kan dan ook weinig historisch besef verweten worden.

Rest dus de vraag waarom Rutte het nodig acht dit joods-christelijke bedenksel op te dissen. Het antwoord ligt natuurlijk in wat het een joods-christelijke cultuur niet is. Zij is overduidelijk niet islamatisch. Zij is overigens ook niet humanistisch, maar dat lost onze premier vast op door er bij het juiste publiek de joods-christelijk-humanistische cultuur van te maken. Deze mythische joods-christelijke cultuur moet zo helpen een door immigratie ontheemde bevolking haar gevoel van saamhorigheid terug te geven door ‘de Ander’ permanent van de moderniteit uit te sluiten. Door de symbolen van moderniteit en ‘beschaving’ te annexeren kan deze imaginaire joods-christelijke gemeenschap zich veilig superieur wanen aan halfwilde islamieten, die geacht worden behalve de algebra en een paar pakhuizen vol tapijten niets zinvols voortgebracht te hebben. Het bevredigt de behoefte aan verklaring waarom ‘wij’ onbetwistbaar beter, want moderner, ontwikkelder en dus ook liberaler, zijn dan ‘zij’. Onze premier voor alle Nederlanders minus de miljoen moslims zou waarschijnlijk zelfs ons arbeidsethos nog bij het joods-christelijke willen inlijven, ware het niet dat dat al was toegewezen aan één specifieke tak van het christendom. En natuurlijk kan hij het zich niet veroorloven de katholieke partner van zijn verstandshuwelijk voor het hoofd te stoten.

Het is dus ironisch dat deze joods-christelijke fabel alleen kan bestaan in een samenleving die zo onjoods en onchristelijk is, dat men de absurditeit ervan niet langer inziet. Maar dergelijke subtiliteiten zijn te ingewikkeld voor een op drift geraakte samenleving op zoek naar simpele antwoorden. Laten we dus hopen dat het bij de uitvinding van een joods-christelijke mythe blijft, en dat men niet besluit ook nog een Moslimvraagstuk te bedenken.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 520 other followers